Boek: De Prijs van een Slecht geweten (2010)

Hieronder kunt U een deel van ‘De Prijs van een slecht geweten’ lezen. U treft er de Inhoudsopgave, de Inleiding en Hoofdstuk 1 aan:

INHOUDSOPGAVE (pdf file)

INLEIDING (pdf file)

HOOFDSTUK I: DE ARMOEDEVAL (pdf file)

Indien U het hele boek wil kopen als pocket of als Ebook dan kan dat hier

Zie hier een filmpje over mijn boek ‘De Prijs van een slecht Geweten’:

Koop:  De Prijs van een Slecht Geweten, Aspekt, Soesterberg, 2010, Nu reeds Vierde druk!

Recensies

22 januari 2010, Theo Ruyter (redactie)

Recensie: ‘De prijs van een slecht geweten’, Boekestijn ruimt op

Lezenswaardig voor wie er moeite voor wil doen.

Titel: ‘De prijs van een slecht geweten’ (2010)
Auteur: Arend-Jan Boekestijn
Uitgeverij: Aspekt
ISBN: -13: 978-90-5911-950-5
Prijs: €17,95

Arend Jan Boekestijn was de eerste VVD’er in de Tweede Kamer, die zichzelf serieus nam in zijn kritiek op de Nederlandse ontwikkelingshulp. Dat heeft nu ook een boek opgeleverd, lezenswaardig voor wie er wat moeite voor wil doen.

Sinds de jaren zeventig van de afgelopen eeuw, toen Erica Terpstra als politicus nog de degens kruiste met wat in liberale kringen wel ‘de rode bende van Den Uyl’ werd genoemd, heeft de VVD naam gemaakt met haar opgeheven vinger tegen despoten in warme landen die onze zuur verdiende belastingcenten er doorheen jagen. Maar als het erop aankwam, bleek dat de partij zich aan al die hulp maar bar weinig gelegen liet liggen. Ook Boekestijns voorganger als woordvoerder op dit terrein Szabó sprak af en toe wel dreigende taal, maar hij bond altijd weer in.

Boekestijn daarentegen trok in oktober 2008, namens zijn fractie, de steun voor het beleid van minister Koenders in door tegen het desbetreffende deel van de rijksbegroting te stemmen. Dat was ongehoord, zeker op dit specifieke beleidsterrein waar de partijen langzamerhand gewend waren samen op te trekken en naar buiten toe mooi weer te spelen. Boekestein kondigde toen aan dat hij met aanbevelingen zou komen voor een ander beleid. Ook dat was geen loze kreet, want direct na zijn aftreden in november lag het boek ‘De prijs van een slecht geweten’ in de boekwinkel.

Gelukkig kan de kernboodschap van Boekestijn op een bierviltje. Die luidt namelijk: laat de markt zijn werk doen en zorg voor buitenlandse investeringen om de economische groei flink op te voeren, waardoor het hele land inclusief de allerarmsten een duw in de goede richting krijgt.

Maar hij heeft die boodschap, als een Sinterklaassurprise, zo omstandig verpakt dat waarschijnlijk maar weinig mensen het geduld zullen opbrengen om al dat pakpapier te lezen. Wat dat betreft lijkt het wel of het Kamerlid, met het oog op zijn vertrek, zijn werkkamer eens grondig heeft opgeruimd en alles bij elkaar geveegd wat hij de afgelopen jaren had gevonden en bedacht.

Een ding dat er uitspringt is zijn recente ontdekking van de theorie van Douglass C. North, John Joseph Wallis en Barry R. Weingast over verschillende typen samenleving (pp. 102 e.v.) Die komt in het boek telkens weer terug, als het kader waarin de auteur allerlei informatie van anderen en eigen ideeën een plaats geeft. De theorie betreft, kort gezegd, een onderscheid tussen gesloten en open samenlevingen (met een onderverdeling), de kenmerken van de twee types en de overgang van het ene naar het andere. De z.g. ontwikkelingslanden staan aan het begin en wij, de moderne open samenleving bij uitstek, aan het eind. Als lichtend voorbeeld voor de hele mensheid.

Wat dit laatste betreft leeft Boekestijn nog in de wereld van vóór oktober 2008, zijn boek althans weerspiegelt de westerse zelfgenoegzaamheid die na de val van de Muur grote hoogten bereikte maar de laatste tijd vooral door de crisis begint af te brokkelen. Boekestijn heeft nog alle vertrouwen in de hulp op zich, als een middel om andere mensen te beschaven, maar die moet dan wel anders worden aangepakt.

Een bekend stokpaardje van hem is de hulpverslaving, waarmee vooral wordt gedoeld op de negatieve gevolgen van de hulp voor de zelfredzaamheid en de kwaliteit van het openbaar bestuur. In het deze week verschenen rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid komt dat punt ook aan de orde, mèt de aantekening dat het in de enorme berg boeken over de hulp nauwelijks aandacht krijgt. Dus daar is het laatste woord nog niet over gezegd.
De meest praktische manier om het boek naar waarde te schatten lijkt mij beginnen op het eind, waar dertig aanbevelingen op een rijtje zijn gezet (pp. 317-319), en dan met bepaalde steekwoorden teruggaan naar de inhoudsopgave. Nederlandstalige boeken over het hulpbeleid zijn schaars. Dus als de auteur zich geen beperkingen heeft opgelegd, moet de lezer een schifting maken.

© Wereldburgers.TV

Boekestijn presenteert boek: “de prijs van een slecht geweten”
zondag 13 december 2009 10:02 website 1kommaviermiljard

Hij is nog maar net weg uit de Tweede Kamer en geniet van de vrijheid, zo laat hij dit weekend tegenover het Volkskrant Magazine weten. Maar voor de presentatie van zijn nieuwe boek; “De prijs van een slecht geweten“, maakt van Arend-Jan Boekestijn een gelukkig mens.

In het boek, dat deze week gepresenteerd werd, zet hij zijn aanval op ontwikkelingssamenwerking voort. In Trouw liet het voormalig VVD-Tweede Kamerlid weten: “ontwikkelingssamenwerking zoals die nu plaatsheeft, werkt niet. De arme landen schieten er weinig mee op en kunnen zelfs schade oplopen: hulp verlaagt zelfredzaamheid en houdt dubieuze regimes en de elite in stand. Het hulpgeld kan omlaag en moet niet naar regeringen gaan maar op de private sector gericht zijn. Zo kan economische ontwikkeling ontstaan.”

Dus moeten we volgens Boekestijn stoppen met:

  1. Blind democratiseren
  2. Begrotingssteun geven aan dubieuze regimes
  3. Hulp ontkoppelen, 0,7 % loslaten
  4. Stoppen met steun civil society
  5. Stoppen met exporteren goed bestuur naar alle landen
  6. NGO’s geld geven zonder evaluatie
  7. Stoppen met zogenaamde kritische dialogen met dictators

Boekestijn heeft ideeën hoe het dan wel zou moeten:

  1. Overgang van hulp naar investeringen, hervorm private sector investeringsprogramma, ontbinden, voor MOL, openbaar aanbesteden, maak private sector in Afrika sterker
  2. Regionale benadering: Netherlands Business Support in Afrikaanse regio’s
  3. Stop met de top down benadering van MDG project
  4. Hervorming Europees landbouwbeleid, handel bevorderen
  5. Concentreer op Afrika
  6. Onafhankelijke beleidsevaluatie
  7. Ontschot Veiligheid en ontwikkeling
  8. Financier slechts 25 % budget van NGO’s via openbare aanbestedingen

Uitgerekend oud-minister voor ontwikkelingssamenwerking Jan Pronk mocht het eerste exemplaar in handen nemen. In de Telegraaf laat Pronk weten dat hij het met verschillende aanbevelingen van Boekestijn eens is, maar dat hij het onjuist vindt dat Boekestijn pleit voor het loslaten van het percentage van 0,7 procent van het bruto binnenlands product (bbp) dat aan ontwikkelingssamenwerking wordt besteed: “Er is juist veel hulp nodig. Het bedrag moet niet omlaag, maar je moet meer maatwerk leveren. Klein, langzaam maar wel breed, zo hoort het te gaan”, aldus Pronk.

Averechtse hulp

Door Ed Lof • 22.01.10 • 1 reactie
Een serieus boek van een zittend politicus is uitzonderlijk en het is wrang dat juist deze politicus door zijn partij, de VVD, is gedesavoueerd vanwege een vermeende inbreuk op royalty-etiquette. Niet alleen in Afrika worden politieke processen gefrustreerd door ondoorgrondelijke lokale mores. De historicus Boekestijn betoogt dat de ontwikkelingshulp die het rijke Westen sinds de dekolonisatie heeft verleend, jammerlijk heeft gefaald en vaak zelfs averechts heeft gewerkt.
Ook andere, veelal gezaghebbende deskundigen zijn tot deze conclusie gekomen, bijvoorbeeld oud-Wereldbankeconoom William Easterley (The White Man’s Burden), de Amerikaanse economen Glenn Hubbard en William Duggan (The Aid Trap), de Zambiaanse econome Dambisa Moyo (Dead Aid) en de Nederlandse ontwikkelingsconsultant Wiet Janssen. De kritiek, ook van Boekestijn, richt zich vooral op de officiële hulp aan overheden. Die houdt vaak onverkwikkelijke regimes overeind en leidt tot ‘hulpverslaving’ die de prikkel om zelf iets te verbeteren, wegneemt.

Ook laakt hij de bloeiende ‘hulpindustrie’ van NGO’s die grotendeels op kosten van de belastingbetaler – maar zonder democratische controle – leuke dingen doen waarvan het effect vaak dubieus is. Hij legt ook uit waarom veel hulp gedoemd is te falen, vooral aan de hand van het model van staatsontwikkeling van Douglass North maar ook op grond van eigen waarneming in verschillende Afrikaanse landen.

Veel van het boek is levendig en goed leesbaar, maar delen zijn specifieker op insiders gericht, vol ontoegankelijk beleidsjargon en afkortingen. De boodschap is dat hulp meer gericht moet worden op private individuen en vooral op het bedrijfsleven. Ook moeten we onze markten meer openstellen, in het bijzonder voor landbouwproducten. Hiermee levert Boekestijn een waardevolle bijdrage aan de discussie. Met een paar kanttekeningen.

Hij verwijt de hulpverleners een blinde vlek te hebben voor het belang van economische groei en marktwerking, maar is zelf misschien te optimistisch over de automatisch heilzame werking van markten, zowel in de context van succesvolle landen als Zuid-Korea als in gesloten samenlevingen waar alles ten dienste staat van de heersende elite. En, natuurlijk, als het om de lasten van milieu- en klimaatbeleid gaat. Ook speelt de politiek hem parten.

Met zijn afgewogen analyse distantieert Boekestijn zich van de in rechtse kringen populaire opvatting dat ontwikkelingshulp weggegooid geld is. Aan de andere kant richt hij zijn pijlen graag op minister Koenders (Ontwikkelingssamenwerking, PvdA) die echter – zoals Boekestijn erkent – dezelfde lessen uit het verleden geleerd lijkt te hebben. Maar in de politiek is het ideaal nu eenmaal vaak de vijand van het haalbare. Ik denk dat Boekestijn het wat anders had geformuleerd als hij geen fractielid was geweest.

Ed Lof is econoom

—————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————

Arend Jan Boekestijn, De prijs van een slecht geweten – Waarom hulp in haar huidige vorm niet werkt, Aspekt, Soesterberg, 2010, 340 pagina’s, ISBN 9789059119505, € 17,95.
Logo bron
Reformatorisch Dagblad
12 december 2009 zaterdag
Pronk vindt Boekestijn wel interessant

SECTION: BINNENLAND; Blz. 3

LENGTH: 326 woorden

Ex-Kamerlid VVD schrijft boek over ontwikkelingshulp

DEN HAAG (ANP) Voor voormalig VVD-Kamerlid Arend Jan Boekestijn is het duidelijk: ontwikkelingssamenwerking zoals die nu plaatsheeft werkt niet.

De arme landen schieten er weinig mee op en kunnen zelfs schade oplopen: hulp verlaagt zelfredzaamheid en houdt dubieuze regimes en de elite in stand. Het hulpgeld kan omlaag en moet niet naar regeringen gaan maar op de private sector gericht zijn. Zo kan economische ontwikkeling ontstaan.

Deze boodschap brengt Boekestijn naar voren in zijn boek De prijs van een slecht geweten . Hij overhandigde gisteren het eerste exemplaar in Nieuwspoort, op een steenworp afstand van zijn oude werkplek, aan Jan Pronk. Een gewaagde keus, deze oud-PvdA-minister van Ontwikkelingssamenwerking, besefte de VVD er in hart en nieren. Maar Pronk en ik mogen elkaar , zei Boekestijn.

Hij waardeert dat de PvdA er openstaat voor nieuwe vormen van ontwikkelingshulp. Het verschil tussen links en rechts is niet zo groot, stelde Boekestijn, want in intentie vinden we elkaar, maar we verschillen in de methoden.

Pronk noemde de liberaal een interessant en provocerend Kamerlid en betreurde dat hij is opgestapt. Pronk was het eens met vijftien van dertig aanbevelingen van Boekestijn. Dat vond de PvdA-prominent best veel. Zo ziet ook Pronk niets in begrotingssteun voor regeringen.

Maar op belangrijke punten wijkt hij af van de beweringen van de VVD er. Zo vindt Pronk het onjuist als de zestig jaar geleden afgesproken afdracht van 0,7 procent van het bruto binnenlands product (bbp) omlaag zou gaan. Er is juist veel hulp nodig. Het bedrag moet niet omlaag, maar je moet meer maatwerk leveren. Klein, langzaam maar wel breed, zo hoort het te gaan.

Boekestijn begreep Pronk, maar ziet in de praktijk dat staatshoofden die zakken met geld krijgen, vooral goed voor zichzelf en de club om hen heen zorgen. Zo komen zelfs nieuwkomers met goede bedoelingen op het verkeerde spoor.


Logo bron
Trouw
12 december 2009 zaterdag
Jan Pronk kan politieke vijand Boekestijn wel waarderen

BYLINE: Teun Lagas

SECTION: NEDERLAND

LENGTH: 448 woorden

SAMENVATTING

Boekestijn had zijn kritische boek over ontwikkelingshulp graag nog als Kamerlid gepresenteerd. De tijd én zijn onhandigheid haalden hem in.

VOLLEDIGE TEKST:

,,Jammer dat hij moest aftreden, want hij was een provocerend Kamerlid die verder ging dan de gebruikelijke oneliners over ontwikkelingssamenwerking”, zegt uitgerekend Jan Pronk over de gevallen VVD’er Arend Jan Boekestijn.

De oud-PvdA-minister kwam het boek over falende westerse hulp aan de armste landen in ontvangst nemen, dat ex-VVD-Kamerlid Boekestijn gisteren eindelijk presenteerde. Boekestijn heeft er lang aan gewerkt, nadat hij meer dan een jaar geleden raakte uitgedebatteerd met de huidige PvdA-minister op dit terrein, Bert Koenders. Die twee waren elkaar in de Tweede Kamer zo zat geworden, dat Koenders de VVD’er als niet meer relevant verklaarde. Boekestijn op zijn beurt staakte zijn pogingen de huidige PvdA-minister ‘van Afrika’ te overtuigen en zei: ,,Ik stop het debat, ik schrijf wel een boek”.

Het is een 340 pagina’s tellend kloek werk geworden. Onder de titel ‘De prijs van een slecht geweten’ beschrijft Boekestijn het falen – vindt hij – van zestig jaar ontwikkelingshulp. Hoewel hij voor zijn doen ook mild is, als hij vaststelt: ,,Stop ontwikkelingsplannen die niet effectief zijn en behoudt het goede”.

Boekestijn had het boek als Kamerlid onder de neus van Koenders willen wrijven, maar de tijd en zijn spreekwoordelijk geworden politieke onhandigheid haalden hem in. Niet voor niets staat de term ‘Boekestijntje’ tegenwoordig aan het Binnenhof voor een uitglijder of een onhaalbaar standpunt. Het VVDKamerlid trad vorige maand af, omdat hij de zwijgplicht na een bezoek aan de koningin onhandig doorbrak. Het werd dus een boek van een oud-Kamerlid.

De conservatieve universitair docent wil ‘als burger’ en als columnist verder gaan met de discussie over nut en onzin van hulp aan de arme landen. Ziet het Binnenhof hem ooit nog terug, bijvoorbeeld als VVD-staatssecretaris van ontwikkelingssamenwerking? Boekestijn: ,,Ik denk dat mijn politieke carrière nu wel gesneefd is”.

De recensie van Jan Pronk, ooit door de VVD aangewezen als de ergst denkbare potverterende politieke vijand, viel opmerkelijk genoeg mee. Over de dertig gewaagde Boekestijn-stellingen achter in het boek zegt Pronk: ,,Met vijftien was ik het radicaal oneens, vijftien ervan kon ik omarmen.”

Om direct daarna weer te botsen met de omstreden VVD-hulpgoeroe. Volgens Pronk verdienen de arme landen grote hulpbedragen uit het westen om de gevolgen van de klimaatverslechtering op te vangen. Onzin, volgens Boekestijn, want die miljarden kan Afrika nooit ‘wegzetten’ en verdwijnen alleen maar in de zakken van corrupte regimes.

SUBJECT: Politics (88%)

LOAD-DATE: December 11, 2009

Logo bron
NRC Handelsblad
11 december 2009 vrijdag
Hulp is niet meer vanzelf goed;
Boekestijn breekt consensus over ontwikkelingshulp verder af

BYLINE: Mark Kranenburg

SECTION: BINNENLAND; Blz. 3

LENGTH: 876 woorden

SAMENVATTING

Arend Jan Boekestijn vindt dat ontwikkelingshulp verslavend werkt. Zijn boek is een nieuwe klop op de deur van het ‘heilige huis’ van ontwikkelingshulp.

VOLLEDIGE TEKST:

Het is vandaag zijn grote dag. Dat vindt Arend Jan Boekestijn althans zelf. In Den Haag presenteerde het inmiddels ex-VVD Tweede Kamerlid, vanmorgen zijn, zoals hij reeds diverse keren aankondigde, ‘alles onthullende’ boek over ontwikkelingssamenwerking. Getiteld: De prijs van een slecht geweten. Centrale stelling: de huidige vorm van hulp leidt alleen maar leidt tot hulpverslaving. Sanering is dringend gewenst. ,,Ik vrees dat ontwikkelingshulp in zijn huidige vorm meer schaadt dan baadt”, zei hij vanmorgen.

Het boek van Boekestijn is een nieuwe klop op de deur van het tot voor kort ‘heilige huis’ van ontwikkelingssamenwerking. Decennia lang leek een taboe te rusten op een discussie over dit onderwerp. Ontwikkelingshulp was een vorm van beschaving, aldus het credo van een ruime meerderheid in de Nederlandse politiek. Begrotingstechnisch is dit morele principe vastgelegd met de afspraak dat jaarlijks 0,8 procent van het bruto nationaal product wordt besteed aan ontwikkelingshulp.

Maar de nationale consensus begint barsten te vertonen. Dat begon al met de komst van de PVV in het parlement. Deze partij wil de jaarlijkse hulp ten bedrage van ruim 5 miljard euro volledig afschaffen. De VVD zegt sinds Prinsjesdag dat de hulp gehalveerd kan worden. Maar ook D66 peutert aan het budget. In de tegenbegroting die deze partij dit jaar tijdens de Algemene Beschouwingen in de Tweede Kamer presenteerde wordt 300 miljoen uit de begroting weggehaald. Het CDA, traditioneel sterk geworteld in nationale ontwikkelingsorganisaties houdt nog wel vast aan de 0,8 procent norm. Maar in een deze zomer gepresenteerde discussienota wordt de mogelijkheid opengelaten dat in een volgende kabinetsperiode 0,1 procent daarvan anders flexibeler wordt besteed.

Opmerkelijke afwezige tot nu toe in het debat is de PvdA, de partij van de minister voor ontwikkelingssamenwerking Bert Koenders. Ongeveer 1,5 jaar geleden ondernam de Wiardi Beckman Stichting, het wetenschappelijk bureau van deze partij, een poging een brede discussie te starten. Maar het werd als gevolg van de vele gekozen invalshoeken zo breed dat de exercitie maar is afgeblazen ,,Er zat onvoldoende stootkracht in om tot een goed rapport te komen”, zegt adjunct-directeur Frans Becker van de denktank. ,,Het ergert me enorm dat het niet is gelukt, want ontwikkelingssamenwerking is wel een achilleshiel van onze partij”. Herbezinning blijft volgens hem nodig want er wordt binnen de PvdA nog altijd ,,veel te gemakkelijk” gezegd dat hulp ,,vanzelfsprekend is en allemaal ok”.

Het is duidelijk: ontwikkelingssamenwerking is niet langer onaantastbaar. Met spanning kijken alle betrokkenen uit naar het naar verwachting kritische rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid dat halverwege volgende maand verschijnt. Onder leiding van WRR-lid Peter van Lieshout is het Nederlandse ontwikkelingsbeleid op tal van onderdelen kritisch doorgelicht. Maar tevens zal de WRR zich mengen in de actuele, meer fundamentele internationale discussie over het principe achter de hulp.

Helpt de hulp, is daarbij ook nu weer de vraag. De Zambiaanse econoom Dambisa Moyo gaf met haar vorig jaar verschenen bestseller Dead Aid een nieuwe impuls aan het internationale debat. Haar stelling is dat de miljarden hulp aan Afrika de opbouw van een echte economie in diverse landen van dit continent alleen maar in de weg staat. Met het ‘gratis geld’ wordt de prikkel hiervoor weggenomen en hoeven bovendien slecht functionerende regeringen zich niet tegenover hun burgers te verantwoorden.

Minister Koenders is het niet met Moyo eens. Zij vertrouwt te veel op de kapitaalmarkten, vindt hij. Volgens hem speelt ontwikkelingshulp juist een ,,katalyserende rol” waardoor de private sector kan bijdragen aan de opbouw van de economie.

Dat is het macrodebat. Op microniveau gaat het in Nederland over de vele hulporganisaties die met geld uit de begroting van Koenders projecten financieren. Ze zijn eerder dit jaar gedwongen hun activiteiten meer te bundelen en over minder landen uit te spreiden. Met de fundamentele vraag over het nut van hulp heeft deze ingreep minder van doen. Maar de politicus Koenders, die de tijdgeest prima aanvoelt, kan hiermee wel kan zeggen dat ook hij ontwikkelingshulp ter discussie durft te stellen.

Pronk: geld nodig voor klimaatverandering

Bezinning op ontwikkelingshulp is altijd goed. Er zijn de afgelopen zestig jaar ook ongetwijfeld buitengewoon veel missers gemaakt. Maar dat is nog geen reden om de omvang van de hulp ook maar te verlagen. Aldus Jan Pronk, oud minister voor ontwikkelingssamenwerking vanmorgen in Den Haag waar hij het eerste exemplaar van het boek van Boekestijn kreeg aangeboden. De PvdA’er Pronk was in de jaren zeventig de personificatie van het Nederlandse ontwikkelingsbeleid.

Hij betreurt het dat het debat alleen nog maar in ,,one-liners” wordt gevoerd.

Volgens Pronk moeten hulpgelden anders besteed worden in de toekomst. Hij is tegen pure begrotingssteun. Veel geld zal nodig zijn voor het bestrijden van de gevolgen van de klimaatverandering in de derde wereld. .

SUBJECT: Developing Countries (89%); Foreign Aid (87%)

GEOGRAPHIC: THE HAGUE, NETHERLANDS (73%) NETHERLANDS (73%)

LOAD-DATE: December 11, 2009
Elsevier
28 november 2009
Boekestijn

BYLINE: Bart Jan Spruyt

SECTION: NEDERLAND; Blz. 18 Ed. 65 Nr. 48

LENGTH: 748 woorden

Volgende week verschijnt een vuistdik boek over ontwikkelingssamenwerking, geschreven door Arend Jan Boekestijn. In zijn voorwoord waarschuwt de auteur zijn lezers: ‘Geen enkel heilig huisje zal ik ontzien.’ En de schrijver houdt woord. Zijn boek heet De prijs van een slecht geweten en beantwoordt de vraag waarom onze hulp (zo vaak) niet helpt.

Boekestijn betoogt dat veel westerse hulp aan ontwikkelingslanden corrupte regimes in stand heeft gehouden en ook in tal van andere opzichten allesbehalve effectief is. Maar wie het beleid bekritiseert, stuit op onbegrip, verontwaardiging en boosheid. Elk voorstel om de besteding van de miljarden aan hulp eens onafhankelijk te evalueren, loopt vast op onwil. De mensen in ontwikkelingshulpkringen, de minister (Bert Koenders van de PvdA) incluis, zijn allergisch voor kritiek.

Om die reden gaf de VVD-fractie in de Tweede Kamer een jaar geleden geen steun aan het beleid van de minister en stemde tegen diens begroting. Bij die gelegenheid kondigde Boekestijn aan dat hij zelf een rapport zou schrijven, een onafhankelijke evaluatie van het beleid met dertig concrete aanbevelingen voor hoe het dan wel moet. Ontwikkelingsbeleid dient niet vanuit een vaag schuldgevoel en een slecht geweten te worden verstrekt, maar moet de zelfredzaamheid stimuleren. Al het andere beleid, gebaseerd op goede bedoelingen, heeft desastreuze gevolgen en is dus immoreel, betoogt Boekestijn.

Het is Boekestijn dus gelukt dat boek binnen een jaar te schrijven en gepubliceerd te krijgen. Het is een goed en noodzakelijk boek met behartigenswaardige aanbevelingen. Boekestijn heeft zich hiermee ontpopt als het ideale Kamerlid. Hij is moedig, want hij weigert zich te laten meesleuren door linkse lieden die vooral belang hebben bij voortzetting van het foute beleid en alle kritiek met de overslaande stem van de morele verontwaardiging afwijzen. Hij heeft het hart op de goede plaats, want hij wil geen afschaffing van hulp, maar andere hulp, hulp die wel effectief is en wel aan de Afrikanen ten goede komt. Hij is een echte volksvertegenwoordiger, want hij laat zich niet opsluiten op de vierkante kilometer van het Binnenhof. Hij brengt het debat naar buiten, via een boek. Hij legt verantwoording af en stelt de burgers in staat mee te denken. Zoals Bolkestein dat vroeger ook deed. Wat wil je nog meer, zou je zeggen. Boekestijn zelf, luidt het antwoord.

Want Boekestijn is niet meer. Hij is opgestapt als Kamerlid. Bij het twitteren had hij Chinezen eens als ‘spleetogen’ aangeduid. Dat kostte hem al bijna zijn baan. Na een tv-uitzending liet de VARA de camera’s lopen zodat heel Nederland kon horen dat hij zijn partijleider, Mark Rutte, bekritiseerde als een man zonder ideeën. Het kostte hem het belangrijke en prestigieuze woordvoerderschap Buitenlandse Zaken (vrijgekomen na het vertrek van Hans van Baalen naar Brussel). Vorige week behaagde het de Koningin om na tien jaar weer een groepje Kamerleden ten paleize te ontvangen. Die mochten al tien jaar niet meer op het vorstelijk kopje thee komen, omdat ze de pers hadden verteld dat de Koningin het zo vervelend vond dat haar zoons in Londen moesten gaan stappen omdat Amsterdam zo onveilig was geworden. Boekestijn stapte vorige week de bus uit, liep in de armen van een journalist, en vertelde waar het gesprek met de Koningin over was gegaan. Zonder haar te citeren of wie dan ook in verlegenheid te brengen.

Een paar uur later stond hij in een gangetje een geïmproviseerde persconferentie te beleggen. Er was een relletje van gekomen, en nu moest hij weg, en hij verlangde ineens heel erg naar huis.

Als mensen van je af willen, gaan ze je ‘omstreden’ noemen. Dan word je het vanzelf. Als je vrolijk bent, en spontaan en altijd enthousiast – en dat is Boekestijn – dan ben je een flapuit die aan verbale incontinentie lijdt. Als je een mening hebt en die uit, pas je niet in de achterkamertjes waarin de Van Rompuys worden gekozen en waar het geheimzinnige gedoe om niks rond de koninklijke familie ceremonieel wordt opgediend. Als je in Den Haag je werk doet, ben je al gauw niet meer te handhaven.

Boekestijn werkte soms nachten door aan zijn boek, en de bewakers van het Binnenhof kwamen soms even een kijkje nemen. Hij nam altijd de tijd voor hen, en schrijft in het voorwoord van zijn boek dat hij die nachtelijke conversaties zal missen. Ik denk dat deze gewone mensen ook een gezellig en hardwerkend Kamerlid gaan missen dat nauwkeurig op de besteding van hun belastingcenten toezag.

LOAD-DATE: November 26, 2009