Vandaag heb ik mijn laatste college gegeven. Ik wist dat die dag zou komen en ben er lange tijd beducht voor geweest. College geven is immers zo ongeveer het leukste dat er is. Nu mijn podcasts zo goed beluisterd worden en ik overal lezingen geef hoop ik dat ik tijdens mijn pensioen in een niet al te groot gat val.
Zo’n laatste college leidt overigens wel tot enige reflectie. Is er een lijn te bespeuren in mijn denken over Europa? Ik vrees dat dit niet het geval is. Ik heb in de loop der tijd zeer verschillende posities ingenomen.
Ik begon als een euroscepticus. Ik was erg beïnvloed door Stanley Hoffmann, Alan Steele Milward en hier te lande J.L. Heldring. Stanley Hoffmann was een van de belangrijkste denkers over de natiestaat en Europese integratie. Zijn bekendste artikel is Obstinate or Obsolete? The Fate of the Nation-State and the Case of Western Europe. Zijn centrale stelling was verrassend eenvoudig: De natiestaat is niet achterhaald (“obsolete”), maar hardnekkig (“obstinate”).
Hoffmann gaf drie hoofdredenen waarom de natiestaat blijft bestaan. In de eerste plaats verschillen nationale belangen. Landen hebben hun eigen geschiedenis, economie, cultuur en geopolitieke belangen. Daardoor zullen regeringen uiteindelijk hun eigen nationale belang vooropstellen.
In de tweede plaats betoogde Hoffmann dat zogenaamde ‘High politics’ (defensie, buitenlands beleid, belastingen) nationaal blijft. Op deze terreinen willen staten immers hun soevereiniteit behouden. Op het terrein van de ‘Low politics” (handel, landbouw, milieu, technische samenwerking was Europese integratie wel mogelijk.
Tenslotte claimde Hoffmann dat Europese samenwerking vooral intergouvernementeel van aard is. Nationale regeringen bepalen uiteindelijk de richting van de Europese samenwerking. Europese instellingen kunnen veel doen, maar alleen zolang de lidstaten dat toestaan. Dit werd bekend als de theorie van het intergouvernementalisme.
Alan Milward ging nog verder dan Hoffmann. Hij betoogde op basis van gedegen archiefonderzoek in de landen van het Europa van de Zes dat de natiestaat zelfs gered is door Europese integratie. De natiestaat stond er immers niet florissant voor in het interbellum. Europese integratie verschafte de natiestaten de mogelijkheid om grotere markten aan te boren en daarmee hun verzorgingsstaten te financieren en de politieke stabiliteit te verhogen.
De beroemde NRC-commentator, Ernst Heldring, was ook een overtuigd intergouvernementalist. Hij vond de federalisten van zijn tijd naïef en zweverig. Hij vond bovendien dat elke poging om een federatie te creëren zou mislukken omdat er eenvoudigweg geen meerderheid voor bestond. Hij wees er altijd fijntjes op dat de Duitse Zollverein pas transformeerde in een politieke unie door een reeks bloedige oorlogen.
Tien jaar geleden ging ik steeds meer twijfelen aan het intergouvernementalisme. Zo bedacht ik mij dat de natiestaat een nog betrekkelijk recente uitvinding was. Waarom zou een natiestaat eeuwig duren? In Frankrijk in de 19e eeuw verwees l’état niet naar de staat maar naar de regio waar men woonde. Natievorming is dus een proces van schaalvergroting en centralisering geweest. Er werden in de 19e eeuw in Frankrijk verschillende regionale talen gesproken en dus lang niet altijd frans. Welnu, als natiestaten kunnen opschalen waarom zou een Europese staat in wording dat niet kunnen?
Voorts vroeg ik mij af of natiestaten die in los verband samenwerken wel in staat zijn om grensoverschrijdende problemen aan te pakken. Dat vereist toch grensoverschrijdend supranationaal bestuur. Ook vanuit democratisch oogpunt leek mij een federatie wenselijker dan het huidige hybride model. Ik heb wel eens geprobeerd om het huidige model uit te leggen aan buitenlandse bezoekers maar dat was geen sinecure.
Tenslotte meende ik dat een gemeenschappelijke munt eigenlijk ook een politieke unie vereist. Je kunt eigenlijk alleen een gemeenschappelijke munt in goede banen leiden als er een gemeenschappelijke economische en begrotingspolitiek wordt gevoerd. Nu wordt er van de ECB te veel verwacht en het gevolg is dat de landen in de eurozone niet convergeren maar divergeren met alle problemen van dien.
De laatste tijd begin ik toch weer te twijfelen aan de haalbaarheid van het federale model. Met de Duitsers valt er nog wel te praten maar de Franse voelen er nog steeds niks voor. Dat zal niet veranderen als Bardela straks het stokje overneemt van Macron. Trouwens AFD groeit ook als kool, en die moeten eveneens niets van een federatie hebben.
Stel dat de crisis zich verdiept en een coalition of the willing is bereid om stappen te zetten naar een federatie wat zal er dan gebeuren? Ik vrees dat een federale regering die deelstaten opdraagt om impopulaire maatregelen te nemen gefundenes fressen is voor populisten. Als mensen de straat opgaan stort het hele federale bouwwerk misschien in.
Op mijn meest sombere momenten vrees ik dat de huidige natiestaten gevangenissen zijn. Zeker in de vorm van verzorgingsstaten. Verzorgingsstaten zijn de meest egoïstische staten ter wereld. Uiteindelijk is een verzorgingsstaat georganiseerd rond het principe van eigen burger eerst. Dat laat zich niet goed verenigen met een federaal model waarin nationale belangen soms moeten wijken. Europese integratie was in principe gemakkelijker toen er nog slechts nachtwakerstaten waren. Die bestonden echter in een tijd van virulent nationalisme.
Het hoge woord moet er maar uit. Een levensgroot dilemma tekent zich af. Als de natiestaten van de EU blijven doormodderen met het huidige hybride model is het nog maar de vraag of er tegenwicht kan worden geboden aan de VS, Rusland, India en China. Het is dan twijfelachtig of wij voor onze eigen veiligheid, economische dynamiek en technologische spankracht kunnen zorgdragen.
Indien een aantal Europese natiestaten tijdens een crisis echter de vlucht naar voren neemt worden misschien de kiemen van latere ontbinding gelegd. In beide gevallen is de uitkomst niet goed. Wat te doen?
Misschien moeten wij toch maar zo goed en kwaad als het kan blijven bouwen aan het Europese huis. Op het gebied van defensie worden nu grote stappen gezet. Het vetorecht op buitenlands gebied gaat vermoedelijk sneuvelen. De Griekse economie heeft enorme vooruitgang laten zien. Spanje groeit harde dan Frankrijk. Laten we onze zegeningen tellen.